RIJPELBERG, het groene dorp in Helmond
print

Artikelen uit Hofkompas

 

Reageren en reacties? Onderaan deze pagina.

Hieronder vindt u de artikelen die in de loop van de tijd verschenen zijn in het wijkblad van Rijpelberg, Hofkompas. De artikelen van G. Goossens verschenen tevens in het wijkblad van Brouwhuis, De Corridor.

Brouwhuis: van gehucht tot stadswijk
. Deel 1

(Hofkompas oktober 2004)

 

 

vliegveld_01.jpg

 

vliegveld_02.jpg **************************************

Brouwhuis: van gehucht tot stadswijk. Deel 2
(Hofkompas november 2004)

vliegveld_03.jpg 

 

vliegveld_04.jpg

******************************************

Brouwhuis: van gehucht tot stadswijk. Deel 3
(Hofkompas december 2004)

vliegveld_05.jpg
 

vliegveld_06.jpg 

******************************************

Duitse piloot vermist in Helmond in oktober 1944
(Hofkompas maart 2007)

vlieg-1.jpg

 

Vliegveld Helmond (Rijpelberg) B86
Nu, na vele jaren, is er een verhaal bekend geworden over het vliegveld Helmond B86 dat zich heeft afgespeeld in de laatste weken van 1944.
Dit artikel is tevens een verzoek aan u, want misschien weten de oudere lezers onder u antwoord te geven op de vraag waar de Duitse piloot, wiens lichaam nog steeds wordt vermist, begraven is. We zijn door de heer J. Woortman benaderd met vragen over de reeds eerder geplaatste artikelenreeks over dit onderwerp. Aan de hand van dat gesprek is dit artikel tot stand gekomen.

Na de bevrijding van Helmond in september 1944, besluiten de Britten om een tijdelijk vliegveld aan te leggen op de Rijpelberg. Dit terrein was een paar dagen in september 1944 gebruikt door de Austers van 659 Squadron en zij vonden dit terrein erg geschikt voor een vliegveld. Op 6 oktober werd gestart met de voorbereidende werkzaamheden voor de aanleg van een vliegveld. Het veld moest aangelegd worden met lokaal verkrijgbare materialen en personeel. Personeel werd geworven en de zoektocht naar bakstenen werd gestart. Heel Oost-Brabant werd afgezocht naar bakstenen en uiteindelijk zouden zo�n dikke 10 miljoen bakstenen gebruikt worden.

Eind oktober 1944 werd de Duitse Luftwaffe actief boven Oost-Brabant. Op 21 oktober 1944 vielen er bommen in Helmond. Hierbij vielen zowel onder de burgers als onder de militairen slachtoffers. Om het vliegveld te beschermen tegen deze luchtaanvallen, werd op 6 november 1944 een Britse luchtdoeleenheid, No. 2875 Anti Aircraft Squadron RAF Regiment, overgeplaatst van Grave naar Helmond.

vlieg-3.jpg

Het wrak van de Me262 werd uitgebreid onderzocht door de mannen van de Air Intelligence.

De Luftwaffe bleef Helmond en zijn omgeving lastig vallen met luchtaanvallen. Fw 190's, Ju 87's en Me 262's vielen overdag en ook 's avonds hun doelen aan. Deze aanvallen hadden militair niet veel te betekenen. Het waren 'speldeprikken', maar er vielen wel slachtoffers.
Op 26 november 1944 verschenen er twee Me 262 straaljagers boven het vliegveld. Deze toestellen van I./KG 51 (eerste Gruppe van Kampfgeschwader 51), gevlogen door Uffz Sanio en Oblt. Lehmann, werden door de kanonnen van 2875 Squadron beschoten. Een toestel werd geraakt en beide toestellen verdwenen in noordelijke richting. Het toestel van Uffz Sanio zou later bij Vorden (Gld.) een noodlanding moeten maken, waarbij de piloot zwaar gewond werd.
Dit bleek een goede oefening te zijn geweest voor de schutters van 2875 Squadron. Want twee dagen later, op 28 november 1944, verschenen er weer twee Me 262's boven het vliegveld en nu zou het echt raak zijn.

Deze twee straaljagers, ook van I./KG 51, waren uitgestuurd voor een 'Wetteraufklaerungsflug im hollandischen Raum�. Zij kwamen om 10.45 uur boven Helmond, waar ze aangevallen werden door een aantal Typhoons van No.137 Sqn. van het vliegveld Eindhoven. Om aan hun aanvallers te ontsnappen, gooiden ze hun bommen af, waarna een toestel recht omhoog optrok, terwijl de andere de grond opzocht. De bommen kwamen neer bij de Pannenhoefschelaan in noord-oost Helmond. Het toestel, dat de grond opzocht, kwam binnen het bereik van de kanonnen van het vliegveld en werd neergeschoten. Het toestel �dwarrelde� neer in het weiland bij de boerderij Mariahof op Het Geremt, ten zuiden van de spoorlijn Helmond-Deurne.

Het terrein werd direct afgezet door de Britse Militaire Politie. Dit was het eerste exemplaar van de nieuwste Duitse straaljager Me 262, die de Britten in handen kregen, die nog enigszins intact was. Het wrak werd uitgebreid onderzocht door de mannen van de Air Intelligence. De vleugels met de motoren en het staartstuk werden voor onderzoek naar Engeland gebracht.

De Britten vermeldden in hun rapport, dat de piloot niet uit het toestel was gesprongen. Piloot overleden, naam en rang onbekend.
Wij weten intussen uit onderzoek dat het toestel de Me 262 W.Nr. 170122 was van I./KG 51, met registratie 9K+KL en werd gevlogen door Hptm Rudolf Roesch. Geboren op 22 februari 1920 te Munchen.

Maar waar is het graf van deze piloot? 62 Jaar na het gebeurde, is nog steeds niet bekend waar deze piloot is begraven. Is hij begraven in een veldgraf op het weiland bij de boerderij Mariahof of is hij begraven op een begraafplaats in de gemeente Helmond of Bakel? Onderzoek in de begraafregisters van deze begraafplaatsen heeft niets opgeleverd. Ook het overzicht in de tijdens de oorlog begraven militairen, Duits en Geallieerd, van de gemeente Helmond uit 1949, vermeldt hem niet. Op de Militaire Duitse begraafplaats in IJsselsteyn(L.) is hij niet bekend. Ook als onbekende is na 1949 niemand vanuit de gemeente Helmond naar IJsselsteyn overgebracht.

In het familiegraf in Munchen is hij niet begraven. Op 11 februari 1953 is hij gerechtelijk dood verklaard.

In de periode 1968-1970 is de boerderij Mariahof afgebroken. Het perceel, waar het toestel is neergekomen, is nu industrieterrein. Het moet in het gedeelte tussen de huidige Lagedijk-Middendijk-1e Tussendijk en Vlierdensedijk geweest zijn. Je zou toch denken dat als hij daar begraven is geweest, hij bij de aanleg van het industrieterrein gevonden zou moeten zijn.
Wie nadere inlichtingen over deze zaak heeft, kan contact opnemen met Jaap Woortman (tel. 040-2837524 Email: j.woortman@onsnet.nu) of met de redactie van Hofkompas.

********************************************

Bommen voor Philips op Eindhoven, Tilburg en Helmond (Hofkompas oktober 2008)  

31 juli 1942
Bommen voor Philips op Eindhoven, Tilburg en Helmond
Door Ruud Wildekamp. Gemert en Jaap Woortman, Nuenen.

Met de Philipsfabrieken had de Duitse bezetter, op 11 mei 1940, een industrie in handen gekregen, die in staat was de meest moderne machines en elektronische apparatuur te ontwikkelen en te produceren. Weliswaar was, tot grote woede van de Duitsers tijdens de meidagen van 1940, een deel van de moderne communicatie- en navigatieapparatuur en de elektronenbuizen afgevoerd naar het Verenigd Koninkrijk; de ontwikkeling- en productiemogelijkheden evenwel waren achtergebleven.

 

 

  De waarde van het Philipsconcern voor de Duitse oorlogsmachine was al voor de inval onderkend en direct na de bezetting door de Duitsers werd een vertegenwoordiger van het Reichsluftfahrttministerium, per Fieseler Storch naar Eindhoven gezonden. Samen met de Philips directie, een vertegenwoordiger van de rustungsinspection van het O.K.W en een vertegenwoordiger van het Duitse Ministerie van Propaganda Dominik, werd de hervatting van de productie besproken. De verschillende Philips vestigingen in Nederland dienden daarop voor de afzonderlijke krijgsmachtdelen te produceren. De fabriek in Hilversum deed dit voor de Kriegsmarine, die in Dordrecht werkte voor het Heer, het landleger. 

 

  De productie van de hoofdvestiging in Eindhoven werd aan de Luftwaffe toegewezen. Om de productie en de gewenste kwaliteit te waarborgen plaatste het R.L.M. in augustus 1940 een groep gevolmachtigden, de Deutsche Verwaltung der PhilipsUnternehmen, bij de directie van de Eindhovense vestiging. Feitelijk kwam daarmee de leiding over de Nederlandse tak van het concern in Duitse handen. In september 1942 noemden de Duitsers Philips nog de meest belangrijke industrievestiging in Nederland en Dr. L. de Jong stelde in 1975, dat van elke tien elektronenbuizen waarover de Duitsers beschikten, er drie waren gefabriceerd door Philips. Het lag dus voor de hand dat ook de geallieerden het belang van Philips zouden onderkennen en middelen zouden aanwenden om de productie te stoppen of te hinderen.

De eerste luchtaanval gericht op de Philipsfabrieken werd uitgevoerd in de ochtend van 5 december 1940. Die morgen waren vijf Blenheims van 53 Squadron van het R.A.F. Coastal Command opgestegen van hun basis Thorney Island in Hampshire met Eindhoven als bestemming. Drie van hen vonden het opgegeven doel niet. E�n Blenheim wierp zijn bommen daarop op de haven van Vlissingen, een tweede gooide zijn lading op het vliegveld Haamstede en een derde viel het vliegveld Eindhoven aan. Twee van de uitgezonden toestellen vonden de fabriek wel, maar wierpen hun lading zeer onnauwkeurig af. Alle bommen kwamen in een bosgebied aan de zuidrand van de stad terecht. Deze eerste aanval op de Philipsfabrieken stond aanvankelijk gepland voor de middag van 2 december 1940. Het veel te mooie weer zonder wolkendekking was echter de oorzaak, dat deze aanval werd uitgesteld.

De volgende aanval op de Philipsfabrieken vond plaats in de nacht van 30 op 31 juli 1942. Vier Douglas Boston III vliegtuigen van 418 (R.C.A.F.) Squadron, die waren opgestegen van het vliegveld Bradwell in Essex, hadden als opdracht een aanval uit te voeren op de radio- en elektronenbuizenfabrieken van het complex aan de Emmasingel. Om 01.35 uur werd een zware explosie gehoord in Eindhoven, gevolgd door vuurverschijnselen. Een eerste bericht van de Luchtbeschermingsdienst sprak van het neerstorten van een vliegtuig op het pand Nassaulaan. Spoedig  werd echter duidelijk dat het een bomaanval betrof, die de  nabij gelegen, panden 18, 20 en 22 aan de Mauritsstraat in puin had gelegd. De brandweer was snel ter plaatse en kon, samen met de politie en de Luchtbeschermingsdienst, nog 14 personen uit de ingestorte huizen redden. Twee vrouwen kwamen zwaargewond onder het puin vandaan en werden per ambulance naar het ziekenhuis gebracht. E�n van hen stierf onderweg en de andere overleed op de operatietafel. Tevens werden de dode lichamen van twee mannen en twee vrouwen uit de puinhopen geborgen. In totaal had deze aanval dus zes levens gekost. Bij het opruimen van het puin werd op de 7e augustus vastgesteld, dat drie brisantbommen in de woningen waren ge�xplodeerd. Op een staart, die kon worden geborgen, stond vermeld 500 lbs.

Maar wat gebeurde er werkelijk die nacht van donderdag 30 op vrijdag 31 juli 1942? De R.A.F. voerde slechts enkele Intrudervluchten uit naar vliegvelden in ons land en een viertal Bostons van het Canadese 418 Squadron was uitgezonden om de Philipsfabriek in Eindhoven te bombarderen. E�n van de groep Bostons, gevlogen door Flight Leutenant Van Riel (Belg) keerde terug met kompasproblemen. Hij kwam niet verder dan de Belgische kust.
De Boston, met Squadron Leader Brown aan de stuurknuppel, arriveerde als eerste bij het doel en wierp op de aangegeven tijd zijn bommen af. Dit waren de bommen die voor zoveel verwoesting in de Mauritsstraat zorgden. Mogelijk is een bom in het ruim blijven hangen, want de lading bestond uit vier bommen van 500 lbs.
Een derde toestel, gevlogen door Pilot Officer Lukas, een Amerikaan van geboorte, wierp zijn vier bommen af om 01.23 uur. Deze vielen echter niet in Eindhoven, maar in Tilburg! Daar explodeerden drie van de vier afgeworpen bommen. Door deze navigatiefout werd grote verwoesting aangericht in de Josefstraat en stierven twee personen. Drie burgers raakten zwaar gewond, waarvan er ��n twee dagen later overleed. Naast deze slachtoffers werden vier woonhuizen geheel verwoest en vijf huizen zeer ernstig beschadigd.

Bommen op Helmond
De vierde Boston III, met als bemanning Flight Sergeant Stone, Flight Sergeant Alcoin (Nav.) en Flight Sergeant Forsythe(Ag.), wierp, volgens het verslag van de vlieger Flight Sergeant Harold �Mick� Stone, zijn bommen af om 02.40 uur. Hij was, gedwongen door een lekke band, later gestart dan de drie andere toestellen.
Na de berekende vliegtijd meende Stone boven Eindhoven te zijn. Beneden zich zag hij een kanaal en fabrieksgebouwen met zaagtandvormige daken en wierp om 02.40 uur daarop zijn bommen af. Maar ook zijn navigatie van die nacht was geen topprestatie.
Gezien het tijdstip moet tenminste ��n van zijn bommen in Helmond zijn gevallen. Daar werd een magazijn van De Wit dekenfabriek (later H.T.M. of Hatema), op de hoek van de Kanaaldijk Oost en het Hoogeind, getroffen. Ook Stone�s Boston had vier bommen van 500 lbs. aan boord, maar in Helmond werd slechts ��n explosie gehoord. Ook de nachtwaker van De Wit, die de melding aan de politie deed, rapporteerde slechts ��n explosie, gevolgd door een felle brand in het magazijn. Onduidelijk is nog waar de overige drie vijfhonderdponders van Stone zijn gebleven. Mogelijk liggen ze nog in de nabijgelegen Zuid-Willemsvaart. In het �After action report� van 418 RCAF Sqn. van die nacht staat:�Flight Sergeant Stone arrived over target at 02.40 and bombed plant Y in run from east to west from 500 feet. Bombs released simultaneously and are believed to have fallen on southern block of buildings in plant. Smoke seen to rise and flashes of light, as if from broken windows.
No flak.�

In Helmond deden zich geen persoonlijke ongevallen voor. De brand werd bestreden door de Helmondse brandweer en ook de vaste kern van de L.B.D. werd ter assistentie naar de onheilsplek gedirigeerd. De plaatselijke pers, gecontroleerd door de Duitsers, mocht geen melding maken van het gebeurde. In De Zuid-Willemsvaart  14, de voorloper van het Helmonds Dagblad, is dan ook niets terug te vinden over deze calamiteit.
De vliegers van de drie Bostons waren ervan overtuigd, dat ze het Philipscomplex hadden geraakt en meldden op hun thuisbasis treffers te hebben geplaatst op het midden en zuidelijke deel van de fabriek. De aangebrachte schade werd bevestigd door een fotoverkenner.

De melding in  Zwanenburg 1990, dat twaalf 500 ponders op het midden en zuidelijke deel van de fabriek werden afgeworpen, is waarschijnlijk gebaseerd op de vliegermeldingen in het Operational Record Book  van 418 Squadron en wordt dus niet ondersteund door de feitelijke gegevens.
Voor de commandant van de Eindhovense brandweer had deze aanval nog een onverwacht staartje. Hem werd door het Hoofd van de L.B.D., op niet mis te verstane wijze, duidelijk gemaakt, dat zijn dienst op eigen initiatief was uitgerukt. Iets dat niet getolereerd kon worden. De alarmeringscentrale van de L.B.D. diende de uitrukprioriteiten te bepalen en niet de brandweer zelf.

E�n nacht later, om 02.16 uur in de ochtend van de 1e augustus, brak enige paniek uit in het centrum van Eindhoven. Met de verschrikkingen van het bombardement in de nacht daarvoor nog in gedachten, zochten veel inwoners een schuilplaats op, toen zwaar luchtafweer boven de stad losbrak.
Een niet ge�dentificeerd vliegtuig was gevangen in de stralenbundels van zoeklichten en de Duitsers probeerden met alle middelen de indringer neer te schieten. Tot opluchting van velen wist het toestel te ontkomen en bleef het verder rustig. Deze rust zou slechts tijdelijk zijn. Later dat jaar, op zondag 6 december 1942, waren de Philipsfabrieken opnieuw doel van een Britse luchtaanval. Bij die aanval zouden, zowel de fabrieken als de omliggende woonwijken, zwaar worden getroffen.

  **************************************

Iets toevoegen?

 

Top